Ben ik een bacterie of een schimmel?

Ik maak met Wim van der Putten, hoogleraar biodiversiteit en zwager van mijn levensgezellin, een lange boswandeling. Al struinend vraag ik hem honderduit over bodemecologie, zijn specialiteit. Niet toevallig, want de wereld van organiseren en veranderen is ook een ecologie, dus ik ben benieuwd wat ik van hem kan leren.

Wim, niet alleen een begaafd wetenschapper, maar ook een bevlogen verteller, brandt los. Hij vertelt dat een voedselrijke bodem leidt tot een eenzijdige vegetatie van snelle woekeraars als brandnetels en braamstruiken. Deze snelle groeiers vinden het eerst de weg naar het zonlicht en zijn zo hun tragere concurrenten te vlug af. Regenwormen zijn ook dol op dit soort grond en woelen de bodem los. Zo gewonnen, zo geronnen. De snelle groeiers produceren grote hoeveelheden dode stengels en bladeren. Dit moet opgeruimd en daar is het bodemleven voor, met bacteriën in een hoofdrol. Er ontstaat een slijmerige, rottende massa die door de losgewoelde grond gemakkelijk wegspoelt. Lees de heel blog van Paul Kloosterboer.