Werken met rijke beschrijvingen

Het rijk beschrijven van één betekenisvolle gebeurtenis maakt het mogelijk om de complexiteit van een vraagstuk ervaarbaar te maken voor anderen.

HansVermaak.150.jpg

Die kunnen daardoor meezoeken naar verschillende krachtige verklaringen voor wat de drijvende krachten zijn achter zo’n gebeurtenis. De meest overtuigende verklaringen kunnen ze als startpunt benutten om tot kansrijke handelingsperspectieven te komen. Zulke handelingsperspectieven blijken vaak niet alleen waardevol voor de ene gebeurtenis, maar generaliseerbaar voor het achterliggende vraagstuk. Dat schrijft Hans Vermaak (zie foto) in het boek Werken met Leren Veranderen. 

Sommige vraagstukken zijn ingewikkeld. Ze hebben bijvoorbeeld veel aspecten en lagen. Je kunt je dan afvragen of jij wel de belangrijkste puzzelstukken ziet of dat je wat mist. Je kunt je ook afvragen waar je op moet focussen in je aanpak: moet je niet vooral oog hebben voor de onderstroom en wat is die onderstroom dan? Zeker als je ervaart dat vraagstukken persisteren, heb je een goede reden om hier bij stil te staan want blijkbaar zijn de huidige handelingsperspectieven dan niet bijster effectief. De verklaringen zijn bijvoorbeeld te abstract en de handelingsperspectieven maken het verschil niet. In dit soort situaties kan het helpen om anders om te gaan met de diagnose en het vinden van perspectief.

Selectie en beschrijving van concrete gebeurtenissen
Dat kan door te gaan kijken naar concrete gebeurtenissen in plaats van het helicopterperspectief te zoeken. Dat is zinnig als je merkt dat de geleefde werkelijkheid pas echt voelbaar wordt in de details: de sfeer, de informaliteit, de interacties, de emoties, de gebruikte woorden. We kennen dit goed uit onze privéarena: het beste feest, het dieptepunt in je relatie, een keerpunt in de opvoeding van je kind. Al deze dingen laten zich niet ‘vangen’ in labels als ‘magische sfeer’, ‘miscommunicatie’ of ‘goed gesprek’. Het venijn zit in het klein, in de details. Die zijn wezenlijk. Wil je dus echt iets te pakken krijgen, dan doen die details ertoe. Ditzelfde geldt in organisaties: goede zorg in een ziekenhuis, betrouwbare adviesrelaties of een topavond in het theater. Ook daar raak je in je diagnose de draad kwijt als je het abstract houdt. Laat staan als je mensen vraagt wat ze erover denken: dan krijg je meningen in plaats van waarnemingen.

De uitdaging is om concrete gebeurtenissen te selecteren die exemplarisch zijn voor het vraagstuk waar je meer over wilt weten. Stel dat multidisciplinaire teams worstelen om goed te functioneren en jij daar meer de vinger achter wilt krijgen, dan selecteer je momenten waarin het juist heel erg misging of het juist heel erg goed ging. Die momenten beschrijf je vervolgens zo concreet mogelijk: wat zag je gebeuren, wat deed je zelf, wat viel tegen, wat kantelde, wat gebeurde er toen … Het gaat dus om twee zaken: selectie van momenten die betekenisvol zijn voor wat je wilt begrijpen en rijke beschrijvingen waarin je veel aspecten en lagen zichtbaar maakt die er mogelijk toe doen.

Met de hulp van dit soort beschrijvingen kunnen anderen ‘over jouw schouder’ mee interpreteren wat er aan de hand is. En omdat de voorbeelden exemplarisch zijn, is de kans groot dat wat je in die voorbeelden ontdekt niet alleen daar geldt, maar breder: de gebeurtenissen zijn een ‘microkosmos’ van het bredere vraagstuk. Denk aan Piaget die veel over pedagogiek ontdekte door één kind (zijn dochter) in detail te volgen en te bestuderen: hij zag juist daardoor van alles wat hij niet had gezien door met interviewlijsten overal rond te gaan. En wat hij leerde via zijn dochter had waarde voor opvoedpraktijken later en elders.

Meervoudig en systemisch interpreteren
Als je geschikte rijke beschrijvingen hebt, wil je die zo goed mogelijk begrijpen. Een eerste principe is dan om meervoudig te kijken. Dat betekent dat niet de eerste de beste conclusie telt, maar dat je meerdere en contrasterende verklaringen opzoekt. Zou dit ook niet verklaren wat we zien? En dit? Een goede manier om dit te organiseren is door de diagnose met meer mensen te doen, inclusief personen die anders kijken dan jijzelf. Op die manier krijg je vanzelf meerdere interpretaties. Zo reduceer je het risico dat je belangrijke puzzelstukjes mist. Je gaat over de verschillende interpretaties niet in debat, maar inventariseert ze en maakt elk zo scherp mogelijk.

Als een vraagstuk complex is en al helemaal als een vraagstuk persisteert, dan zijn systemische verklaringen vaak het krachtigst. Dat zijn verklaringen waarin de oorzaak niet bij één actor of één factor wordt gelegd waarmee je alles poogt te verklaren, maar waar je de hardnekkigheid verklaart door de aanwezigheid van vicieuze of virtieuze cirkels. Er is vaak van zo’n verklaring sprake als je merkt dat je de logica en redelijkheid van het gedrag begint in te zien, als je doorziet hoe iedereen erin meegesleept wordt, als je aanvoelt hoe ook jij tot bepaald gedrag verleid wordt. Je merkt vaak dat zulk begrip minder veroordelend aanvoelt — dat je meer compassie kunt opbrengen voor disfunctionele patronen.

De onderstroom en het handelingsperspectief vinden
Niet alle verklaringen zijn even overtuigend: de ene verklaart de waarnemingen in je rijke beschrijving beter of vollediger dan de ander. De verklaring die het krachtigst is, biedt je houvast voor het vinden van een veranderperspectief. Dit betekent dat je je verklaringen op een rijtje zet en afweegt. Dit klinkt moeilijker dan het is: vaak zie je dat de ene verklaring veel vollediger is in termen van de aspecten van je casus of dat de verklaring systemischer is en daardoor hardnekkigheid beter verklaart. Je ziet ook vaak in de groep waarmee je de analyse doet, dat de ene verklaring meer resoneert dan de andere. Of dat de ene verklaring iets toevoegt wat je nog niet eerder zag: een eyeopener die niet aansluit bij alle vertrouwde verklaringen. Al deze zaken tellen mee in wat je verkiest als krachtigste verklaring, wat jij definieert als de onderstroom. De onderstroom van een worstelend multidisciplinair team kan bijvoorbeeld zijn dat ze verstrikt raken in mandaat- en machtsdiscussies, daarin gestimuleerd door een achterban of thuisorganisatie die aan ze blijft trekken. Het kan ook een positieve onderstroom zijn, bijvoorbeeld dat je merkt dat sommige teams de problemen aankunnen omdat hun ambitie om samen iets voor elkaar te krijgen hen samenbindt en ze als professionals het dan juist leuk vinden om van elkaar te leren.

Zoals de benoeming van de onderstroom de diagnose focust, zo kun je vervolgens ook je interventiebenadering focussen door te bedenken op welke manier je het krachtigst de onderstroom adresseert. Dat kan bijvoorbeeld in kleurentermen (welke kleur past bij deze angel of kiem?) maar hoeft niet per se. Essentie is wel dat je de onderstroom als uitgangspunt neemt voor het zoeken van handelingsperspectief: hoe geloven we dat we het best de blokkades in de onderstroom keren en de kiemen benutten? Als de tijd het toestaat kun je dit verder uitwerken: hoe zou het traject eruit kunnen zien, welke interventies passen er dan bij, zie ik mijzelf dat ook doen?
Lees het hele hoofdstuk van Hans Vermaak op Werken met Leren Veranderen.